Huttentrektocht in het Karwendelgebergte

Janneke kijkt haar ogen uit. Dit is haar eerste huttentrektocht. We zijn vijf uur geleden vertrokken uit Vomp en constant aan het stijgen. De gemzen die verderop omhoog huppelen lijken ons geploeter licht minachtend aan te kijken. Eerder dan verwacht verschijnt de Lamsenjoch Hütte tussen vele grove rotsblokken door. Het kost ons nog ruim een uur om de voordeur te bereiken. Een geluksgevoel overheerst. Totdat we het Schuhraum binnenlopen, de ruimte waar we onze bergschoen moeten verruilen voor een paar huttensloffen. ‘Het ruikt hier naar zweetvoeten die net hun schoenen onder mijn neus hebben uitgetrokken, nadat ze tien jaar in diezelfde schoenen door een tropisch land hebben gelopen’, proest Janneke als we het hok weer uitvluchten. Ik geef haar groot gelijk, het berghuttenleven gaat, vol actieve (lees: zwetende) mensen en vaak zonder douches, letterlijk gezien niet over rozen… Maar gezellig is het wel, blijkt ook deze avond weer. Aan het begin van de avond schuiven we aan bij een stel wildvreemden om na een driegangendiner afscheid te nemen alsof het onze beste vrienden zijn.

trektocht-karwendel-hutten

Kein Sie, aber du!

Op dag twee verlaten we de ruige bergwereld eventjes. Na een lange afdaling over een breed gravelpad komen we in het toeristendorp Eng. Het is het enige plaatsje wat echt in het Karwendelgebergte ligt en per auto(tol)weg te bereiken is. Als wij er binnenlopen verdeelt net een bus schuifelende echtparen zich over de vele terrassen. We sluiten aan voor een overheerlijke Kaffee und Kuche en duiken snel de bergen weer in. Binnen enkele honderden meters sluiten bomen het uitzicht en de drukte achter ons af. Een smal slingerend paadje leidt naar de Lalidererwand, een grijze loodrechte muur die hoog op het verlanglijstje staat van vele klimmers. Ontzagwekkend torent de stenenmassa boven ons uit op het laatste stuk naar de Falkenhütte. Het is moeilijk voor te stellen dat de bergen van het Karwendelgebergte op de bodem van een zee zijn ontstaan. Maar het is wel zo. Op het terras van de hut is het aanschuiven geblazen, alle tafels zijn bezet. Drie mannen die in het dal wonen en ‘eventjes’ per mountainbike naar de ut zijn gereden voor een drankje, maken graag plaats voor ons. Als we voortaan wel willen denken aan de belangrijkste regel in de Oostenrijkse bergen: ‘Oberhalb 1500 meter ist jedermann du und kein Sie!’. Een brede grijns doet vermoeden dat ze ons de ‘fout’ niet kwalijk nemen.

Goed te doen

trektocht-karwendelhaus

De derde dag is makkelijk. In ruim vier uur wandelen we over gravelpaden naar het Karwendelhaus. Een ruime berghut met niet alleen Lager (slaapzalen), maar ook twee- en driepersoonskamers. Wij nestelen ons op het terras van de hut, met onze gezichten in de zon. Met een biertje in de hand krijgen we al snel een grote mond. De routes door het Karwendel die staan aangeschreven als ‘pittig’ en ‘alleen voor ervaren wandelaars’ zijn tot nu toe goed te doen. Maar we weten nog niet dat we op dag vier en vijf regelmatig schietgebedjes zullen doen met excuses voor onze overmoed.

Staalkabels en steenlawines

trektocht-karwendel-wandelen

Vanuit het Karwendelhaus is het het eerste stuk klimmen en klauteren geblazen langs gezekerde staalkabels. Daarna stijgen we langzaam zigzaggend aan de schaduwzijde van de berg omhoog. Het doel: het hoogste punt van de Karwendel, de Birkkarspitze van 2749 meter hoog. Janneke vindt de graat waar we oversteken mooi genoeg om even uit te hijgen en laat de top een paar honderd meter hoger voor gezien. Het is ook een bijzondere plek. Dit is een van de twee noord-zuidovergangen die er zijn in het hele Karwendelgebergte. Ik besluit nog wel even bij het topkruis te gaan kijken en beginnen dan aan de afdaling. Die minstens zo waar is als de beklimming. Regelmatig hangen er staalkabels omdat de helling te steil is om zo naar beneden te lopen. Na vier kilometer niets dan rotsen en puin en voetje voor voetje naar beneden schuifelen, komt er meer en meer begroeiing. De berg laat zijn glooiende kant zien. Achteromkijkend zijn we trots. Nog trotser zijn we als we na ruim tien uur wandelen het lichtje van de hut zien. En niet zomaar een hut, het Halleranger Haus heeft douches. Je moet er een paar euro voor betalen, maar het warme water voelt onbetaalbaar.

Het paradijs

De laatste dag is lang (ruim 23,5 kilometer) en spectaculair. Smalle wandelpaadjes leiden ons langs een tientallen meters diepe kloof met snelstromend water. De lichtblauwe kleur die de rivier heeft, steekt sprookjesachtig af tegen de groene begroeiing er net boven en de grijze bergen op de achtergrond. Het is genieten, al doen we opnieuw de nodige schietgebedjes als het pad steeds smaller wordt. Watervallen storten aan de overkant tientallen meters naar beneden. Als we tijdens de lunch met onze voeten in de diepte bungelen, onze ogen half gesloten en met onze ruggen tegen de rugzakken leunen, verzucht Janneke: ‘Zo moet het paradijs eruit zien.’

trektocht-karwendel-waterval

Dit artikel is geschreven door Op Pad-redacteur Petra Strijdhorst.

Ontdek deze reis hier:

Een pittige trektocht langs spectaculair gelegen en sfeervolle berghutten, door het ruige kalksteenmassief van de Karwendel, net ten noorden van Innsbruck. Het kost wat inspanning maar dan geniet u ook van een bijzondere bergwereld. Vanaf €415,-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *