Sneeuwwandelen door het Franse Chartreuse

Na een tijdje merk je het pas: alles lijkt op elkaar in een besneeuwd bos. In de zomer zijn er nog paden, beekjes, markeringen, hekjes; maar in de winter sta je op een dikke deken van sneeuw waar hier en daar boomstammen uitsteken. Je sneeuwschoenen knerpen bij elke stap, adem verandert in witte wolkjes en op open plekken fonkelen ijskristallen in de zon. Geen idee waar we precies zijn, maakt ook niet uit, we lopen gewoon richting het noorden, tot we steeds meer lucht zien, wind in ons gezicht voelen en we − oeps − boven een 700 meter hoge afgrond staan. Achter ons bevroren bergtoppen, voor ons een vlakte met glinsterende rivieren en Franse akkers: we staan precies op de rand van de Alpen. Eén stap verder en we vallen eraf.

Hoge passen en diepe kloven

IglooLehning13

Kijk, dat is nou de lol van de langzaamste vorm van wintersport. Met sneeuwschoenen kom je op plaatsen waar skiërs, langlaufers en gewone wandelaars niet kunnen komen. Wie sneeuwschoenen onderbindt kan dwars door het bos, omhoog, omlaag, scheef vooruit, zonder weg te zakken of uit te glijden. In Frankrijk is dat best normaal: wie ’s zomers graag wandelt, doet dat in de winter ook. Nederlanders moeten nog wennen aan dat racket onder hun voet. Een rondje om je skichalet, okay, maar dwars door een woest natuurpark, in acht dagen van Grenoble naar Chambéry? Waarom niet.
‘Ik hou niet van skiën’, zegt Veronique Rugger die haar raquettes heeft meegenomen naar Parc Naturel Regional de Chartreuse. ‘Te druk, te commercieel en te snel’, vindt de keukenverkoopster uit de Compiègne. Haar wandelgroepje, in de ontbijtzaal van een hotel in het park, is het daar mee eens. ‘We houden het graag simpel’, zegt een ambtenaar uit Limoges.
Vanaf Grenoble ziet de Chartreuse er dreigend uit. Je kijkt recht omhoog tegen grijze rotswanden aan. Met bovenop: een militair fort. Tussendoor slingert een weg omhoog, naar wat ze ooit de woestenij noemden, vol hoge passen en diepe kloven. Een verborgen plek voor religieuze ascese, paradijs voor smokkelaars, schuilplaats voor het verzet en − de laatste tijd − weekendlocatie voor wintersporters, bergwandelaars, en speleologen. Het hele gebied van pakweg 40 bij 15 kilometer, werd een regionaal park waar zowel dieren als mensen schoorvoetend terugkeren.‘Zelfs voor Fransen is dit een bijzondere plek.’ Deze Cirque St. Même is een populaire picknickplek in de zomer, maar op een woensdag in de winter is er niemand. Via een pad langs een staalkabel kun je naar een hoogvlakte met steenbokken en arenden. Loop nog een stukje door, en je staat weer op een duizelingwekkende klif, ditmaal aan de andere kant, met uitzicht op de Isère-vallei en de Mont Blanc.

sneeuwwandelen-chartreuse-uitzicht

Kartuizer kluizenaars

De Chartreuse is geen natuurpark. Ook de bewoners worden er gekoesterd. Maak na het eten maar eens een ommetje door het dorp Saint-Pierre-de-Chartreuse. Dan kan het gebeuren dat je nog muziek hoort komen uit de salle des Fêtes boven het gemeentehuis. Je stampt de sneeuw van je laarzen en stapt naar binnen. ‘Allons-y!, allons-y!’, roept een oudere dame. En voor je het weet leer je een Bretonse dans van buschauffeur Christian of een cajundans van organisator Florence. Op een tafel ligt een berg truien van dorpelingen die het warm hebben gekregen.

sneeuwwandelen-chartreuse-zone-silence
In een zijdal verderop hangt de volgende dag een heel ander sfeer. Zône de Silence, waarschuwen bordjes langs het pad. Op een schouder van de ijzige Grand Som (2026 meter) staat la Grande Chartreuse, moederklooster van de orde der kartuizers. In dat enorme complex van kerken, kruisgangen, middeleeuwse hallen en tuinen, wonen nog dertig monniken die niet met elkaar mogen praten. Al duizend jaar trekken streng levende monniken zich hier terug voor ascese, reiniging en contemplatie.
Dan is het verrassend, dat uit de kloosterpoort een vriendelijk ogende grijsaard stapt, gekleed in een witte monnikspij en blauwe Koekiemonsterhandschoenen. Het is Dom Marcellin, oud-prior van de orde en geboren in Brabant.
Uit een eerder uitgezonden documentaire blijkt dat de kartuizers gekozen hebben voor een gedeeld leven als kluizenaar. De mannen zingen samen in de kerk, delen op zondag een maaltijd en maken maandag een wandeling buiten het klooster. Dan mogen zij even met elkaar praten.

sneeuwwandelen-chartreuse-standbeeld
Na het klooster volgt een nieuwe vallei met kliffen en kloven; en een derde vallei die breder is en uiteindelijk uitmondt in Chambéry. Hier en daar draaien skiliftjes en slingeren langlaufsporen door het bos, maar de Chartreuse is vooral geknipt voor de sneeuwschoen. Instructie is niet nodig, gewoon aantrekken en lopen. Na honderd passen merk je al: je bent alleen in winterwonderland. Neem wel kaart en kompas mee, want zelfs de plaatselijke gids zegt een keer: ‘Euh sorry, we moeten weer terug.’ Stap ook niet op vage bollingen in de sneeuw, dat kan een jong dennenboompje zijn met een metersdiepe luchtbel eronder.

Natuur en eenvoud

De hotels en restaurants in de dorpen, het moet gezegd, lopen nogal achter bij de rest van het land. Positieve uitzondering is restaurant Oréade aan de rand van Saint-Pierre-de-Chartreuse. ‘Ik wilde een moderne zaak, met lichte gerechten van lokale ingrediënten’, zegt de jonge eigenaar Christine Jeantet. In haar tuin staan hottubs met uitzicht op de bergen. Als je een dagmenu bestelt krijg je pompoensoep, forel met venkel of boeuf de Chartreuse en chocolademousse na. ‘Allemaal vers gemaakt.’
‘We willen graag meer en betere accommodatie’, erkent president Brigitte Bienassis van het regiopark, tevens burgemeester van het dorpje Sainte-Pierre-d’Entremont. ‘Geen chalets of grote hotels. We zoeken toeristen die natuur en eenvoud willen ervaren.’ Als voorbeeld noemt zij de graanschuren op de hoge weiden, de zogeheten greniers, die boeren verbouwen tot eenzame vakantiehuisjes. ‘Prachtige plekken en zo profiteren bewoners direct van toerisme.’
De Chartreuse liep volgens Bienassis langzaam leeg, net als de rest van het Franse platteland, totdat het regiopark werd ingesteld. ‘De natuur herstelt zich, maar óók de economie. De helft van de bevolking woont hier korter dan tien jaar. Het zijn mensen, zoals ik, die genoeg hebben van de stad.’

sneeuwwandelen-steenbokken
In het gehucht La Plaque belanden we in een eetzaal met een houtkachel en veel opgezette hertenkoppen. Nog één pas en Chambéry komt in zicht. Een dikke man komt de keuken uit, schenkt zwijgend een paar glazen vin chaud in, en kruipt achter een telescoop voor het raam. Triomfantelijk draait de gastheer zich om en zegt, ‘voilá’, kom maar kijken. Daar, op een groene richel boven een verticale rotswand achter het huis, graast een familie steenbokken. Dat zie je nou nooit tijdens een weekje wintersport.

Dit artikel is geschreven door Noël van Bemmel en eerder verschenen in de Volkskrant.

Ontdek deze reis hier:

Wie graag wandelt in de zomer, wandelt ook graag in de winter. Maak een trektocht in een week van Grenoble naar Chambéry op sneeuwschoenen. Vanaf €925,-

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *